19 januari 2012
“Belgische staat stelt gedetineerden in het zwart tewerk”
Senator Danny Pieters (N-VA) heeft vandaag in de Plenaire vergadering van de Senaat met een mondelinge vraag uitleg gevraagd over de tewerkstelling van gedetineerden in gevangenissen. Uit een antwoord van Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD), mede in naam van Minsiter van Werk Monica De Coninck, is gebleken dat er nog steeds geen juridische basis is om gedetineerden tewerk te stellen.
De rechtspositie van de gedetineerden werd in 2005 ingrijpend veranderd door de Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, ook wel de “Wet-Dupont” genoemd. Voor wat betreft arbeid werden wel enkele ingrijpende veranderingen ingevoerd, maar nog niet uitgevoerd. In plaats van een bijkomende bestraffing, zoals geformuleerd in het verdwenen art. 30 ter van het Strafwetboek, werd arbeid een recht voor gedetineerden. (Art. 81 Basiswet) Meer zelfs, de tewerkstelling van de gedetineerde in de gevangenis dient te geschieden in omstandigheden die, voor zover de aard van de detentie zich daartegen niet verzet, zoveel mogelijk overeenstemmen met die welke in de vrije samenleving identieke activiteiten kenmerken. (Art. 83 Basiswet).
Het probleem is nu dat artikel 30 ter uit het strafwetboek verdwenen is, terwijl artikel 81 Basiswet nog geen uitvoering kreeg. Er wordt echter wel gewerkt in de gevangenissen. Dat is goed. De voorwaarden waaronder dit gebeurt zijn echter ondermaats voor de gevangene, zijn gezin én de slachtoffers die recht hebben op een schadevergoeding. Pieters vroeg vandaag in de Senaat onder welk statuut vandaag in de gevangenissen arbeid gepresteerd wordt.
Minister Turtelboom antwoordde met verwijzing naar artikel 62 e.v. KB van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen. In artikel 63 § 1. staat daar te lezen : “Bij toepassing van de bepalingen van artikel 30bis, eerste, tweede en derde lid van het Strafwetboek wordt de gevangenisarbeid ingericht om actief bij te dragen tot de heropvoeding en de sociale reclassering.” Probeem is echter dat het artikel 30bis waarnaar verwezen wordt, opgeheven is.
Kortom, zelfs als de ministers van Werk en van Justitie erop gewezen worden dat hier een probleem bestaat, weigeren ze te zien wat manifest is: het werken in detentie is nu niet langer deel van de straf, de gedetineerde is nu vrij al dan niet te werken en dus vervalt het oude argument dat er geen sprake kan zijn van een arbeidsrelatie. Bij gebrek aan een bijzondere regulering van het werken in de gevangenis, geldt dan ook het algemene arbeidsovereenkomstenrecht: er wordt immers gewerkt voor een ander, in ondergeschikt verband en tegen een vergoeding. Vermits geweigerd wordt het probleem te zien en dus ook geen oplossing door de beleidsvrouwen in het vooruitzicht gesteld wordt, kan wellicht alleen maar geconcludeerd worden dat de Belgische Staat zwart werk organiseert in zijn gevangenissen. Het is wachten op het eerste proces dat ingespannen wordt door een gedetineerde (of door de sociale inspectie?): blijkbaar zal het zover moeten komen om te doen inzien dat er ingegrepen moet worden. Een parlementaire vraag van een oppositielid volstaat niet.
Auteur(s): |
Danny Pieters, Senator
|
Contactinfo: |
Meer info: jef.schrooten@n-va.be |