» Parlementair werk

Parlementair werk

 

POLITIEKE ETHIEK

 

Wetsvoorstel ter versterking van de democratie en de politieke geloofwaardigheid na verkiezingen

In het verleden stelde de kiezer vaak vast dat de volksvertegenwoordiger waarvoor hij had gestemd, verkozen werd, maar het ambt niet opnam. Dit zorgde ervoor dat de kloof tussen politiek en burger nog breder en dieper werd. Door prominente kandidaten op een lijst te plaatsen die naderhand hun mandaat niet opnemen, nemen de partijen hun kiezers niet serieus.

Danny Pieters wil met zijn wetsvoorstel hierin verandering brengen. “Het staat uiteraard iedereen vrij van gedachte te veranderen en zich voor een ander beleidsniveau kandidaat te stellen, maar dit voorstel wil hier consequenties aan verbinden die niet meer dan normaal zijn in een representatieve democratie. Ook dat is een deel van de cultuur van verantwoordelijkheid waar de N-VA naar streeft”, aldus Danny Pieters. “Vooral in een land als België is het zeer belangrijk om de transparantie te vergroten en zo verwarring bij de kiezer te vermijden.”

Elk lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers, elk lid van de Senaat dat verkozen wordt verklaard na de verkiezingen voor een andere wetgevende vergadering, wordt van rechtswege en onweerlegbaar geacht ontslag te hebben genomen uit zijn mandaat als lid van de Kamer waartoe hij behoorde.

Elke minister of staatssecretaris van de federale regering wordt van rechtswege geacht uit zijn ambt ontslag te hebben genomen op het ogenblik dat hij verkozen wordt verklaard voor een wetgevende vergadering van de gewesten of gemeenschappen.

Meer informatie vindt u hier.

 

INITIATIEVEN IN VERBAND MET DE INLICHTINGENDIENSTEN

Voorstel van resolutie betreffende de benoeming van de bestuurlijke commissie belast met het toezicht op de specifieke en uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Hoewel de selectieprocedure volledig is afgerond, is er binnen de ministerraad nog geen overeenstemming bereikt over de benoeming van de bestuurlijke commissie die toezicht houdt op de bijzondere inlichtingenmethoden. Hierdoor is het onmogelijk voor onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarom vraagt de Senaat dat de regering onmiddellijk overgaat tot de benoeming van de leden van de bestuurlijke commissie.

Meer informatie vindt u hier.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse.

De huidige wet geeft de voorzitter van het Comité I de mogelijkheid om de leden van de inlichtingendiensten, van het OCAD en de ondersteunende diensten te doen dagvaarden. Ook zijn ze verplicht te antwoorden op de vragen van het Comité. Dezelfde mogelijkheid bestaat op dit moment nog niet voor de gewezen leden van de diensten. Uit verschillende toezichtsonderzoeken is echter gebleken dat dit ook noodzakelijk kan zijn. Het Comité I heeft in zijn jaarverslagen dan ook verschillende keren aanbevolen om de wet in die zin aan te vullen. Dit wetsvoorstel maakt het dus mogelijk dat ook gewezen leden worden gedagvaard door de voorzitter van het Comité I.

Meer informatie vindt u hier.

Voorstel van resolutie met betrekking tot het snel ontwikkelen van een federale strategie voor de beveiliging van informatie- en communicatiesystemen

Het voorliggend voorstel van resolutie vindt zijn oorsprong in de vaststellingen en conclusies van het toezichtonderzoek dat het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten voerde naar de houding van de Belgische inlichtingendiensten tegenover de noodzaak om informatie- en communicatiesystemen te beschermen tegen intercepties en cyberaanvallen uit het buitenland.

De auteurs van voorliggend voorstel vragen aan de regering om snel een federale strategie voor de beveiliging van informatie- en communicatiesystemen uit te werken, om daartoe een agentschap op te richten en om een overheid aan te duiden die belast is met de certificatie en homologatie van gevoelige systemen en/of systemen die in België gebruikt worden om geclassificeerde informatie te verwerken.

 

Controle van de Regering

  

 Mondelinge vragen

Mondelinge vraag nr. 5-276 aan de heer De Crem, Minister van Landsverdediging

Op de bureauvergadering van 27 oktober verklaarde de minister in het Bureau van de Senaat dat voor de inzet van bussen ten behoeve van het Koningsfeest georganiseerd door Kamer en Senaat een kost zou aangerekend worden omdat het hier ging om dienstverlening ‘aan derden’. Bij mijn vraag hoe de minister dan wel een ‘derde’ definieerde, stelde de minister dat ik daar dan maar een vraag over moest stellen. Op deze suggestie wil ik hier dan ook ingaan, gelet op het ruimere belang van de vraag.

Wie zijn voor de Minister van Landsverdediging te beschouwen als derden ten overstaan van zijn departement, derden die als ze een beroep willen doen op de diensten van het leger een marktconforme prijs hiervoor dienen te betalen? Inzonderheid wil ik weten welke publiekrechtelijke rechtspersonen en overheidslichamen, evenals hun organen, zowel op federaal als deelstatelijk niveau, als derden te beschouwen vallen, resp. als niet-derden worden beschouwen? Welke privaatrechtelijke rechtspersonen worden als niet-derden beschouwd?

Ter staving van het te geven antwoord,  vernam ik graag hoeveel inkomsten er sinds 2007 jaarlijks geïnd werden van de aldus gedefinieerde publiekrechtelijke derden, uitgesplitst naar federaal, deelstaats- en gemeentelijk niveau, evenals naar uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht; respectievelijk van privaatrechtelijke rechtspersonen.

Het antwoord van de minister vindt u hier.

De installatie van de bestuurlijke commissie die moet toezien op de bijzondere inlichtingenmethoden ( BIM ) aan de minister van Justitie

Op 1 september 2010 trad de wet van 4 februari 2010 betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in werking. Deze wet breidde de bevoegdheid van deze diensten uit met de bijzondere inlichtingenmethoden.

Er werd in een dubbel toezicht voorzien qua toepassing van de specifieke en uitzonderlijke methodes: een a-priori-toezicht door een bestuurlijke commissie (art. 43/1 van de wet van 30 november 1998) en een a-posteriori-toezicht door het Vast Comité I (art. 43/2 e.v. van de wet van 30 november 1998). Het benoemen van de leden van de bestuurlijke commissie bleek echter een (politiek) probleem.

Op 9 december 2010 keurde de Senaat een resolutie goed betreffende de benoeming van deze leden. In deze resolutie vroeg de Senaat de regering “onmiddellijk over te gaan tot de benoeming van de leden van de bestuurlijke commissie, bedoeld in artikel 43/1 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.”

Het artikel 43/1, §1, lid 4 waarnaar de resolutie verwijst luidt als volgt: “De commissie is samengesteld uit drie effectieve leden. Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervanger aangewezen. Op voorstel van de minister van Justitie en van de minister van Landsverdediging wijst de Koning, bij een besluit vastgesteld na een overleg in de Ministerraad, de effectieve leden van de commissie aan, evenals hun plaatsvervangers.”

Tot op heden zijn enkel de drie effectieve leden van deze commissie benoemd (KB 21 december 2010), ook al kon de regering, op basis van de resolutie van 9 december 2010, ook de plaatsvervangende leden benoemen. Gelet op artikel 43/1, §1, 7e lid kan de bestuurlijke commissie bij afwezigheid van één van haar effectieve leden momenteel geen rechtsgeldige beslissingen nemen vermits er tot op heden geen plaatsvervangers benoemd zijn.

Gelet op het acute karakter van de internationale terreurdreiging leidt deze mogelijke blokkering tot een onverantwoorde situatie op het vlak van onze veiligheid en tast het de geloofwaardigheid van ons land op internationaal vlak aan.

Bovendien keurde de Senaat op 31 maart 2011 de begroting op de bestuurlijke commissie goed. Onder post A1000 van de begroting staat dat de berekening van de lonen en de wettelijke voordelen gebeurt in overleg met de FOD Justitie.

Vandaar mijn vraag: hoe komt het dat de regering de plaatsvervangers nog niet benoemd heeft en op welke manier gebeurt het overleg met de FOD justitie i.v.m. de berekening van de lonen? Heeft elk lid van deze commissie dezelfde verloning en zo neen, wat zijn de verschillen? 

Het antwoord van de minister vindt u hier.

Neerlegging jaarverslagen Fondsen voor Bestaanszekerheid

Fondsen voor Bestaanszekerheid hebben de wettelijke verplichting hun jaarrekeningen, jaarverslag en revisioren-of accountantsverslag neer te leggen bij  de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. De bedoeling is ondermeer de bevoegde minsiter in staat te stellen de hand aan de pols te houden van deze Fondsen.

Ik zou graag van de minsiter vernemen of naar haar inzicht en het inzicht van de nieuwe regering de neergelegde documenten of andere haar bekende gegevens aanleiding geven tot bezorgdheid als gevolg van de impact van de financiële en economische crisis die we nu reeds sinds 2008 ondergaan. Met andere woorden, is de financiële gezondheid en leefbaarheid van de Fondsen voor Bestaanszekerheid nog steeds gewaarborgd of moet er gevreesd worden dat, althans bij sommige van deze Fondsen, hetzij de rechten van de prestatiegerechtigden zullen dienen gereduceerd te worden, dan wel de bijdragen verhoogd, of nog een beroep zal dienen gedaan te worden op bijkomende overheidsmiddelen?

Is de nieuwe regering verder ook van plan wijzigingen aan te brengen aan het sociaal of fiscaal statuut van de bijdragen en uitkeringen aan/van de Fondsen voor Bestaanszekerheid of aan het sociaal of fiscaal statuut van de Fondsen zelf?

Het antwoord van de minister vindt u hier.

  

FUNCTIES IN DE SENAAT

 Eerste Ondervoorzitter

 Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa

 Lidmaatschap van commissies

Tweede ondervoorzitter

  • Commissie voor de Institutionele AangelegenhedenL

Lid

  • Commissie belast met de parlementaire begeleiding van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen-en veiligheidsdiensten (Vast Comité I)
  • Commissie voor de Institutionele Aangelegenheden
  • Parlementaire overlegcommissie: afvaardiging Senaat

Plaatsvervanger

  • Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
  • Commissie voor de Justitie
  • Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Print Share/Bookmark